donderdag 16 januari 2020

Gaan of niet gaan?

Auschwitz en Sobibor heb ik nooit bezocht. Voor talloze familieleden en vrienden - 1e, 2e en 3e generatie – was een bezoek aan de vernietigingskampen een moeilijke maar troost biedende ervaring. Rondlopen op de plaats waar jouw geliefden hun laatste stappen hebben gezet, met eigen ogen het afschuwelijke ijzerwerk met ‘Arbeit macht frei’ zien, et cetera. Ik heb mezelf altijd voorgehouden dat ik in mijn leven genoeg over de oorlog heb gelezen en genoeg films/documentaires heb gezien om me een goed beeld te kunnen vormen van de ergste aller verschrikkingen. Ik heb een bezoek aan de kampen altijd gemeden. Het is mijn manier om voldoende afstand te houden, mijn manier van omgaan met de Sjoa. Psychologen en psychiaters, die ik overigens nooit geraadpleegd heb, weten hier ongetwijfeld raad mee. Mijn houding zal wel met verdringing en angst te maken hebben. Het zij zo, ik kan er goed mee leven.

Vorig jaar september opende in het Design Museum Den Bosch de tentoonstelling Design van het Derde Rijk. Wilde ik die tentoonstelling gaan zien? Daar moest ik even over denken, héél even maar. Mijn recalcitrantie en nieuwsgierigheid wonnen het al snel van mijn twijfel. Ruim voor de opening was half Joods Nederland over museumdirecteur Timo de Rijk gevallen. En het waren niet de minsten die zich tegen hem keerden: Ruben Vis, rabbijn Raph Evers, Herman Loonstein, Chaja Polak, Hans Knoop, zij allen vonden deze tentoonstelling ‘niet kunnen’. Ik begrijp de voorbehouden en de weerstand, ieder mogelijk eerbetoon aan de nazi’s moet vermeden worden. Maar ik denk dat het goed mogelijk is om dit duidelijk te maken, juist in een museum. Kortom: ik wilde dit met eigen ogen zien en mijn eigen mening vormen.

Amstelveen – Den Bosch is een uur rijden. Met de liefde van mijn leven aan het stuur, had ik alle tijd om nog eens na te denken en bij mezelf na te gaan of het bezoek aan deze tentoonstelling wel een goed idee was. Dacht ik hier misschien toch te licht over? En, ook niet onbelangrijk, zou ik van m’n stuk raken bij het zien van al die nazi-symbolen? Ging ik mezelf kwellen?

De protesten uit Joodse hoek hebben wel enige invloed gehad op de makers. Het woord nazi-design werd in Den Bosch niet gebruikt, het museum had het alleen over ‘design van het Derde Rijk’. En de woorden ‘mooi’ en ‘succesvol’ kwamen in relatie tot dit design niet voor. Het eerste paneel met informatie over de expositie dat de bezoeker te zien krijgt, laat aan duidelijkheid ook niets te wensen over. Zo las ik: “Hitlers Derde Rijk (1933-1945) werd gekenmerkt door terreur, geweld en grootschalige massamoord en is in de periode na de Tweede Wereldoorlog het symbool van het ultieme kwaad geworden.” En ook: “De serieuze aandacht voor het design van het Derde Rijk in dit museum is op geen enkele manier een poging tot nuancering van het kwaad.” Duidelijk toch?

Hiermee heb ik de meest positieve beoordeling van deze expositie wel gehad. Naarmate ik verder door de zaal liep, nam mijn teleurstelling toe. Ik hoopte hier een antwoord te vinden op de vraag wat het nazi-design teweeg had gebracht. Dat antwoord heb ik niet gevonden. Daarvoor ontbrak bij de meeste getoonde objecten de context. Hoe hebben de nazi’s hun design ingezet? Die vraag bleef hangen. Vooral ook doordat álles hier tot design wordt gerekend. De tentoonstelling opent met de welbekende Volkswagen Kever. Jazeker, direct te linken aan de nazi’s, maar nazi-design? En één van de laatste ‘objecten’ is een paneel met plattegronden van concentratiekampen en gaskamers. Belangrijk vanuit het oogpunt van geschiedenis. Maar design? Nee, echt niet.

Ik vond de tentoonstelling matig interessant, hij deed me niet veel. Tot ik, al op weg naar de uitgang, behoorlijk schrok. Vlak voor me stond een zwarte man aandachtig naar een groot doek met een hakenkruis te kijken. Zijn kledij was, zover ik kon beoordelen, traditioneel Afrikaans. Een linnen pak met verticaal streepdessin. Wit-grijs gestreept. Even, een fractie van een seconde, namen mijn hersenen iets anders waar dan mijn ogen zagen. Als ware het een wake-up call van mijn eigen brein: “Weet je wel wat je zojuist allemaal gezien hebt, Waterman?”

U kunt de tentoonstelling nog gaan zien, de openingsduur is verlengd tot en met zondag 1 maart.


Deze tekst verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 10 januari 2020.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten