donderdag 27 april 2023

Brief aan Asjer, 21 april 2023

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – een correspondentie met elkaar voerden, zijn mijn zoon Asjer en ik een briefwisseling gestart. Onze brieven zijn te lezen in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik ze door in dit blog.


Lieve Asjer,

Als je zesendertig jaar getrouwd bent, ook al is het met de liefde van je leven, ken je het verschil tussen een terloopse vraag en een vraag die een dwingend advies inhoudt. “Wat ben je aan het doen?” vraagt je moeder. Op mijn antwoord dat ik net begonnen ben met een brief aan jou, komt ze mijn werkkamertje inlopen. “Schrijf hem eens over iets leuks, niet weer over iets waar je je zorgen over maakt.”

Ik moest heel even nadenken. Daarna wiste ik de eerste drie alinea’s die ik al geschreven had. Ze heeft gelijk. Natuurlijk. Het A-woord, de oorlog, het zijn onderwerpen die ik bewust niet te vaak wil aanroeren. Dat lukt me aardig, toch? Zelfs over de situatie in Israël, die mij dag en nacht bezighoudt, waar ik mij ontzettend zorgen over maak, had ik nog geen letter geschreven. Ik was begonnen iets te schrijven over de homofobie die ons de laatste weken, zo lijkt het wel, overspoelt. Nee, ook geen vrolijk onderwerp, maar wel iets dat onder mijn huid is gaan zitten. Okay, okay, ik ben deze brief opnieuw begonnen.

Heb je wel eens gehoord van Klein Orkest? Ik denk het niet hè. Het was een Nederlandse muziekgroep die in 1985, ruim voor jouw geboorte dus, ophield te bestaan. “Oh, in de prehistorie,” ik hoor het je al zeggen. Klein Orkest was met name bekend door één nummer, dat mij door mijn DDR-verleden altijd erg aansprak: Over de Muur. Het lied gaat over het destijds door de Muur verdeelde Berlijn. Ze zongen:
“En de vogels vliegen van West naar Oost Berlijn,
Worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten,
Over de muur, over het IJzeren Gordijn,
Omdat ze soms in het oosten, soms ook in het westen willen zijn.”

Dit nummer zit al een paar weken in m’n hoofd. Vanwege een toneelstuk dat we onlangs zagen, Vogels. Omdat we Vriend van ITA zijn, kregen we kaartjes voor de première, waar we blij mee waren. Vogels is een fascinerend stuk, als je tijd hebt moet je het echt gaan zien.

De auteur van het stuk, de Libanees-Canadese schrijver Wajdi Mouawad, móet het lied van Klein Orkest bijna wel kennen, hij gebruikt hetzelfde thema, tot in de titel aan toe. Als hij het niet kende, moet de Nederlandse regisseur, Alize Zandwijk, dit er ingebracht hebben, dat kán bijna niet anders.

Uit de beschrijving die ik vooraf las, maakte ik op dat dit toneelstuk een soort moderne Romeo en Julia zou zijn. Nou, dat was het misschien een beetje, maar het was veel meer. De hoofdpersonen, Eitan, een jonge Joodse man en Wahida, een jonge Arabische vrouw, ontmoeten elkaar in New York en raken verliefd. Omdat Eitan het een en ander over zijn familie wil uitzoeken, gaan ze naar Israël. Dat levert een akelige confrontatie op: de vader van Eitan kan de keuze van zijn zoon voor een Arabisch meisje niet accepteren. Tot zover is het allemaal voorspelbaar. Daarna wordt het interessant. Er ontspint zich een fascinerend verhaal over identiteit en culturele verschillen. Wahida wordt geconfronteerd met haat, met onverbloemd racisme. Dit breekt het liefdeskoppel uiteindelijk op. In een prachtige monoloog maakt een woedende Wahida duidelijk waarom ze niet verder kunnen. Ze realiseert zich dat ze haar Arabische identiteit heeft verloochend en trekt op dat moment de streep.

Ik was aangenaam verrast. Eitans vader, gewoon een racist, komt er niet goed vanaf. Maar dit wordt op geen enkele manier doorgetrokken naar een veroordeling van Joodse Israëli’s of de Israëlische maatschappij in het algemeen. Heel fijn. Ik zat dus niet met kromme tenen.

Eh, dat laatste is niet helemaal waar. Er was een andere reden voor kromme tenen. Ik raad Alize Zandwijk aan om een volgende keer het taalgebruik en de uitspraak van onbekende namen even te checken. Eitan werd het hele stuk door uitgesproken als Ei-tan in plaats van Etan. Met de klemtoon op de eerste lettergreep, alsof het om een ei ging. Pasen en Pesach is niet hetzelfde, de seider is geen gebed. En dan nog het woord rabbi. Brrr. Rabbijn, alsjeblieft.

Zo, heb ik me toch even kunnen ergeren. Maar je moet Vogels echt gaan zien, geloof me. Je liefhebbende vader,

Michel


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 21 april 2023.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten