vrijdag 15 december 2023

Brief van Asjer, 8 december 2023

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – een correspondentie met elkaar voerden, zijn mijn zoon Asjer en ik een briefwisseling gestart. Onze brieven zijn te lezen in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik ze door in dit blog.


Lieve Pap,

In je vorige brief vroeg je of ik vind dat je overdrijft, wanneer je zegt anno 2023 niet te willen onderduiken zoals opa en oma dat 80 jaar geleden moesten doen. Laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: ja, daarin vind ik dat je te ver gaat. Ik heb mij de afgelopen weken dood lopen ergeren aan alle Sjoa-vergelijkingen die worden gemaakt. Als je écht denkt dat we in een vergelijkbare situatie leven als in de jaren ’30 van de vorige eeuw, dan is het tijd om eens een geschiedenisboek op te pakken. Joden worden hier niet in elkaar gemept door hordes bruinhemden, Joodse winkels worden niet in de fik gestoken. De Nederlandse overheid anno 2023 kijkt niet weg. Ik ben onbeschrijfelijk blij met onze burgemeester hier in Amsterdam, Femke Halsema. Die onverbloemd zegt waar het op staat en voortdurend bezig is de veiligheid van Joden in de stad te waarborgen. In de NRC betoogde Arnon Grunberg van de week dat elke vorm van holocaustvergelijkingen in feite een vorm van propaganda is. Een manier om de ander te overtuigen van de ernst van een situatie, die leidt tot nivellering van de geschiedenis.

De vergelijkingen met de Sjoa worden zo snel en zo graag gemaakt dat je bijna zou gaan denken dat mensen er genoegen uit halen zich met het leed van hun voorouders te identificeren. De uitspraak ‘nu weet ik eindelijk wat mijn moeder in de jaren ‘30 heeft meegemaakt’ die ik laatst hoorde, kan je op twee manieren lezen, als een klacht of als een wens die in vervulling is gegaan. Dat in een dergelijke uitspraak ook wel eens die tweede betekenis verscholen kan zitten, hoeft geen verbazing te wekken wanneer je constateert dat het zijn van een gemarginaliseerde en onderdrukte groep in onze samenleving vandaag de dag als iets positiefs wordt gezien. Niet eerder was er zoveel aandacht voor slachtoffers van slavernij of kolonialisme en het is meer dan terecht dat die aandacht er eindelijk is gekomen. Tegelijkertijd wordt er een recht van spreken toebedeeld aan diegenen die tot deze groepen behoren die anderen wordt ontnomen. Als je wilt meepraten over onderwerpen als discriminatie, moet je ook iets hebben meegemaakt. En hoe erger je hebt geleden des te meer recht van spreken je hebt.

Onwillekeurig moet ik denken aan de kleinkinderen van mensen die de Sjoa hebben overleefd, die het kampnummer van hun grootouders op hun eigen arm hebben laten tatoeëren. Een vorm van culturele toe-eigening als je het mij vraagt, waarbij de kleinkinderen zich het verleden van hun grootouders toe-eigenen. Niet omdat ze daadwerkelijk het leed willen ondergaan dat onderdeel is van die geschiedenis, maar omdat ze ook graag als minderheid willen worden gezien die meedoet in de maatschappelijke competitie van het leed. En als je je huidige situatie dan kan verbinden aan Auschwitz, scoor je hoge punten.

De Sjoa lijkt wel een obsessie voor de Nederlandse Jood. Antisemitisme anno 2023 kan niet simpelweg erg zijn, het is gelijk de Sjoa. Dat doet afbreuk aan de daadwerkelijke geschiedenis van de Sjoa, de ernst en uniciteit daarvan, en is in mijn ogen een klap in het gezicht van de slachtoffers. De felheid waarmee Grunberg tegen het maken van dergelijke vergelijkingen in het geweer komt, kan ik alleen maar onderschrijven. En niet alleen omdat het leidt tot nivellering, maar ook omdat ik geloof dat de huidige situatie in Nederland of elders in de wereld met de Sjoa vergelijken, onnodig angst inboezemt.

Het is misschien ook wel menseigen om de actualiteit te willen duiden vanuit ervaringen uit het verleden. Dan moeten we misschien net iets meer ons best doen om de Sjoa er in de toekomst buiten te laten, want dat doet meer kwaad dan goed.

Liefs,

Asjer


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 8 december 2023.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten