vrijdag 27 februari 2026

Brief aan Asjer, 20 februari 2026

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.


Lieve Asjer,

Rabbijn Asjer Waterman. Ik weet dat ik je hier niet echt een plezier mee doe, dat je niet zo graag in het middelpunt van de belangstelling staat. Maar ik kan het er niet, niet over hebben. Sorry. Zondag 1 februari 2026 staat voor de rest van mijn leven in m’n geheugen gegrift: de dag dat jij je semicha, je rabbinale bevoegdheid ontving. Wat was het een prachtige dag, wat werd jij door iedereen bekowedlich toegesproken. Het was letterlijk één groot feest.

Ik zou m’n hele brief makkelijk aan deze grote simche kunnen wijden. Doe ik niet. Laat me één ding benoemen, iets dat mij trof. Niet wat jij verwacht, denk ik.

In jouw toespraak vertelde je over de vraag die jij zes jaar geleden, in de periode dat je overwoog de opleiding tot rabbijn te gaan volgen, van diverse kanten gesteld kreeg: waarom zou je rabbijn willen worden? Jij antwoordde: “Omdat ik het jodendom gewoon heel leuk vind … omdat het mij een leven van betekenis en plezier geeft.” Simpel en niet heel diepgravend, zo bestempelde jij je eigen antwoorden. Dat kan zo zijn, maar op mij maakten ze indruk. Jouw woorden sloten namelijk naadloos aan op wat ik een kwartiertje later in mijn toespraak tegen jou zei – ik citeer mezelf: “… we moeten vooral vooruitkijken. We moeten ons richten op al het moois dat het jodendom te bieden heeft.”

We hadden het over hetzelfde. We hadden het allebei over de toekomst, over een mooie toekomst voor het Joodse volk. We brachten, vind ik, een boodschap van hoop.

Diezelfde hoop had ik afgelopen week bij een ontmoeting met dr. David Hasan. Wat een ongelooflijk fantastische en bevlogen man! David Hasan is geboren in Koeweit in een Palestijnse familie van de Westbank. Op 18-jarige leeftijd verhuisde hij naar Amerika, waar hij nu werkt als chirurg en verbonden is aan Duke University in North Carolina. Hij werkte als arts in Gaza, behandelde kinderen die gewond zijn geraakt door de oorlog en realiseerde zich hoe getraumatiseerd deze kinderen zijn. In april 2025 richtte hij ‘The Gaza Children Village’ op, een NGO die inmiddels meer dan 20.000 kinderen heeft bereikt. The Gaza Children Village biedt dagelijks onderwijs, maaltijden, gezondheidszorg en traumagerichte psychosociale hulp. De stichting werkt deels met Israëlisch geld, afkomstig van NGO’s als IsraAid, maar ook van donaties van meelevende Israëlische burgers.

Zo’n initiatief, daar word ik gelukkig van. Hasan denkt en werkt pragmatisch, zijn focus ligt op het heden: hij pakt de ondervoeding van kinderen in de Gazastrook aan en hij richt scholen op met een Israël-vriendelijk curriculum. Vooral dat laatste spreekt mij aan, het is de enige weg die kan leiden naar een vreedzamer toekomst.

Fondsenwerving voor getroffenen in Israël, volwassenen en kinderen, is belangrijk. Daar houd ik me bij Israëlactie nog steeds mee bezig. Er is veel geld nodig om te voorkomen dat grote groepen kinderen opgroeien met trauma’s. Als zij geen behandeling en therapie krijgen, lopen we het risico dat er straks honderdduizenden Israëli’s met een ernstige vorm van PTSD door het leven gaan. Gelukkig lukt het ons nog steeds om hier donaties voor te vinden. Dat organisaties als The Children Village dit voor kinderen in Gaza doen, stemt mij optimistisch.

Jij vraagt je af - ik citeer nog één keer uit jouw toespraak tijdens je semicha: “Wat vertellen we onze kinderen?” Die vraag durf ik wel te beantwoorden. We moeten onze kinderen ervan overtuigen dat er een mooie toekomst gloort als zij dat willen. Als zij bereid en in staat zijn om vijanddenken van zich af te schudden en ‘de Ander’ als mens te zien. Dat is een levenshouding die we kinderen kunnen bijbrengen, als wij ze dat willen vóórleven. Het kàn wel.

Je liefhebbende vader,

Michel


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 20 februari 2026.

2 opmerkingen: