In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.
Lieve Pap,
Wanneer is een som geld genoeg? Ik weet het ook niet. Volgens mij kunnen we in de gemeenschap van het toegezegde bedrag een hoop sjomriem inhuren voor onze activiteiten. Maar is het ooit genoeg?
Het is goed dat er mensen zijn die zich bezighouden met wat er rondom onze gebouwen en andere plekken van samenkomst allemaal gebeurt. Gezien de aanvallen op Joden elders in de wereld zouden we naïef zijn om te denken dat ons dat niet kan gebeuren. Maar ik heb mij altijd voorgenomen die bezigheden vooral aan anderen over te laten. Liever denk ik na over wat er in die gebouwen moet gebeuren, dan hoe we onze zaken voor de deur organiseren.
Daarom even een mop over een gebeurtenis in een sjoel. Een jonge rabbijn leidt zijn eerste dienst in de nieuwe sjoel. Tijdens het Sjema ziet hij dat de halve sjoel besluit te gaan staan, terwijl de andere helft blijft zitten. Na afloop van de dienst komen de gemeenteleden woedend op hem af. ‘Rabbijn, heeft u gezien wat zij daar deden?! Je hoort te zitten bij het Sjema!’ en vice versa. De rabbijn heeft geen idee wat het gebruik in deze sjoel is en besluit om met een vertegenwoordiger van beide groepen naar Beth Shalom te gaan. Daar woont meneer Cohen, de eerste voorzitter van de gemeente. Daar aangekomen vraagt hij meneer Cohen wat nu de traditie is rondom het Sjema, wordt er in deze gemeente gestaan or gezeten? Meteen brandt de discussie weer los tussen de twee mensen die met de rabbijn zijn meegekomen. Meneer Cohen glimlacht, kijkt de rabbijn aan en zegt: ‘dit is onze traditie.’
Ik moest aan deze mop denken de afgelopen dagen, voorafgaand en tijdens de Dodenherdenking op 4 mei. Ik kan mij nauwelijks jaren herinneren waarop er niet gediscussieerd wordt over wat en wie we nu eigenlijk herdenken. Dit jaar is Gaza natuurlijk een onderwerp dat in deze discussie steeds wordt aangehaald. Moet je tijdens deze dagen nu juist wel of niet verwijzen naar deze verschrikkelijke oorlog? De discussies daarover lopen soms zo hoog op dat het initiatieven rondom herdenken kan opbreken.
In Carré zag ik een meesterlijke voorstelling van Theater na de Dam die precies deze dynamiek liet zien. De voorstelling ‘nog niet afgelast’ was - zo vertelde de acteur in de rol van Thea Kaptein, creatief producent van Theater na de Dam – alsnog afgelast. Je raadt het al. De discussie tussen de betrokkenen rondom wat er nu eigenlijk herdacht moest worden, gevolgd door een hetze op sociale media, deden de voorstelling de das om. Wat volgt is een verhaal van Kaptein die laat zien hoe de voorstelling eruit had kunnen zien, waarbij alle kanten van de discussie naar voren komen.
Een theatraal commentaar op een dynamiek die volop aanwezig is, ook rondom een andere voorstelling van Theater na de Dam. Over hoe de discussie ontspoort en weinig ruimte meer laat voor de feiten, waardoor het feitelijke herdenken onder druk komt te staan.
Een dag vóór vier mei werd de discussie over de inhoud van de Dodenherdenking gevoerd in debatcentrum De Balie. Daar pleitte Adriaan van Dis voor ‘verplaatsingskunde’, het vermogen je te kunnen verplaatsen in de gedachtewereld van de ander. Zoals je door het lezen van literatuur een beeld kan schetsen van de belevingswereld van iemand die ver van je af staat. Ook dat hoort bij herdenken. Hoe de herinnering aan de zwartste bladzijde van onze geschiedenis de belevingswereld van mensen vandaag de dag raakt. De Joodse gemeenschap, die ook vandaag de dag nog te maken heeft met antisemitisme. Maar ook het ongemak dat ontstaat door de realisatie dat oorlog niet iets van het verleden is, maar mensen overal ter wereld ook vandaag treft. En dat het ons niet gelukt is dat te voorkomen. Het een doet aan het ander niets af.
Liefs,
Asjer
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 15 mei 2026.
donderdag 21 mei 2026
vrijdag 8 mei 2026
Brief aan Asjer, 1 mei 2026
In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.
Lieve Asjer,
We hadden afgesproken het in onze brieven liever niet over politiek te hebben. En ook niet over antisemitisme. Héél soms zit iets me zo hoog, dat ik me niet voor 100 procent aan de afspraak houd. Dit is zo’n brief.
Onlangs debatteerde de Tweede Kamer over het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding. Ik heb even gekeken, maar hield het niet lang vol. Na een paar minuten was namelijk al duidelijk dat sommige politici het onderwerp willen misbruiken voor hun eigen agenda. Antisemitisme? Dat komt van moslims, riep een Kamerlid. Dus: minder moslims toelaten en voilà, probleem opgelost. Niet zijn letterlijke tekst, maar dit was zeker de strekking.
De reactie van een collega-Kamerlid, een telg uit de Joodse famile Bromet, verdient wat mij betreft een eervolle vermelding. “Wie denkt u dat mijn familie vermoord heeft?” vroeg ze. Soms is één zin genoeg. Simpele verklaringen kloppen zelden, simpele oplossingen nooit.
Maar ik wilde eigenlijk iets anders benoemen. Tijdens het debat deed de minister van Justitie en Veiligheid een toezegging: er komt extra geld voor de beveiliging van Joodse instellingen. Hij vond nog eens 700.000 euro op zijn begroting. Samen met wat er al was, kom je dan op zo’n 2 miljoen euro per jaar.
Dat klinkt best aardig. Twee miljoen is geen kattenpis. Het is in elk geval meer dan ik deze week ben tegengekomen op mijn bankrekening. Maar is het echt een mooi bedrag? Wat kun je daarmee doen?
Ik wind me nog wel eens op als er binnen onze gemeenschap gemopperd wordt als ‘we’ ergens niet expliciet genoemd worden. Als de premier, of de koning, bijvoorbeeld een wens uitspreekt ter gelegenheid van het Suikerfeest, maar geen woord zegt over Pesach. Houd eens op met vergelijken, denk ik dan, het is geen wedstrijd in aandacht. Maar nu betrapte ik mezelf op iets soortgelijks.
Twee miljoen euro voor de beveiliging van alle Joodse gebouwen in Nederland. Alle sjoels, scholen, instellingen. Van Groningen tot Maastricht, van kleine gemeenschappen tot de grote steden. Omgerekend is dat iets meer dan anderhalve ton per maand. Voor het hele land. Voor alles.
En toen dacht ik: is dat veel? Of voelt het alleen als veel omdat het om een bedrag met zes nullen gaat? Ben ik ondankbaar? Onwillekeurig ging ik nu zelf vergelijken. Met de beveiliging van één persoon, een politicus, je weet wie ik bedoel.
Laat ik vooropstellen: het is verschrikkelijk dat iemand al jaren zo bedreigd wordt dat permanente beveiliging nodig is. Dat gun je niemand. Vrijheid inleveren omdat je luid en duidelijk je mening verkondigt – dat hoort niet in een democratie. Nooit. Punt, uit.
Maar die persoonsbeveiliging kost veel geld. Precieze cijfers zijn er niet (dat is logisch), maar de schattingen die rondgaan, liggen tussen de 5 en 10 miljoen euro per jaar. Voor één persoon.
Dat wringt toch een beetje. Want hoe leg je uit dat de beveiliging van een hele gemeenschap – met tienduizenden mensen en talloze gebouwen – minder kost dan die van één individu? Natuurlijk, het is niet één-op-één vergelijkbaar. Hij wordt 24 uur per dag bewaakt, dat is een ander soort bescherming. Maar toch. Moeten wij het dan doen met een soort ‘sjabbatbeveiliging’? Een béétje veiligheid, alleen op vrijdagavond en zaterdagochtend? Het klopt gewoon niet.
Ik ga natuurlijk niet roepen dat ik graag zou zien dat deze politicus het land verlaat. Dat soort redeneringen laat ik graag aan anderen over. Maar stel – puur hypothetisch – dat hij zelf besluit ergens anders te gaan wonen, in Hongarije bijvoorbeeld. Dan kunnen we die 5 à 10 miljoen die vrijkomt misschien aan ‘ons’ budget toevoegen?
Goed, ik sluit af, voordat ik alsnog onze afspraak breek en het teveel over politiek ga hebben. Volgende keer schrijf ik over iets luchtigers. Misschien over jou – dat is altijd een veilig onderwerp.
Je liefhebbende vader,
Michel
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 1 mei 2026.
Lieve Asjer,
We hadden afgesproken het in onze brieven liever niet over politiek te hebben. En ook niet over antisemitisme. Héél soms zit iets me zo hoog, dat ik me niet voor 100 procent aan de afspraak houd. Dit is zo’n brief.
Onlangs debatteerde de Tweede Kamer over het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding. Ik heb even gekeken, maar hield het niet lang vol. Na een paar minuten was namelijk al duidelijk dat sommige politici het onderwerp willen misbruiken voor hun eigen agenda. Antisemitisme? Dat komt van moslims, riep een Kamerlid. Dus: minder moslims toelaten en voilà, probleem opgelost. Niet zijn letterlijke tekst, maar dit was zeker de strekking.
De reactie van een collega-Kamerlid, een telg uit de Joodse famile Bromet, verdient wat mij betreft een eervolle vermelding. “Wie denkt u dat mijn familie vermoord heeft?” vroeg ze. Soms is één zin genoeg. Simpele verklaringen kloppen zelden, simpele oplossingen nooit.
Maar ik wilde eigenlijk iets anders benoemen. Tijdens het debat deed de minister van Justitie en Veiligheid een toezegging: er komt extra geld voor de beveiliging van Joodse instellingen. Hij vond nog eens 700.000 euro op zijn begroting. Samen met wat er al was, kom je dan op zo’n 2 miljoen euro per jaar.
Dat klinkt best aardig. Twee miljoen is geen kattenpis. Het is in elk geval meer dan ik deze week ben tegengekomen op mijn bankrekening. Maar is het echt een mooi bedrag? Wat kun je daarmee doen?
Ik wind me nog wel eens op als er binnen onze gemeenschap gemopperd wordt als ‘we’ ergens niet expliciet genoemd worden. Als de premier, of de koning, bijvoorbeeld een wens uitspreekt ter gelegenheid van het Suikerfeest, maar geen woord zegt over Pesach. Houd eens op met vergelijken, denk ik dan, het is geen wedstrijd in aandacht. Maar nu betrapte ik mezelf op iets soortgelijks.
Twee miljoen euro voor de beveiliging van alle Joodse gebouwen in Nederland. Alle sjoels, scholen, instellingen. Van Groningen tot Maastricht, van kleine gemeenschappen tot de grote steden. Omgerekend is dat iets meer dan anderhalve ton per maand. Voor het hele land. Voor alles.
En toen dacht ik: is dat veel? Of voelt het alleen als veel omdat het om een bedrag met zes nullen gaat? Ben ik ondankbaar? Onwillekeurig ging ik nu zelf vergelijken. Met de beveiliging van één persoon, een politicus, je weet wie ik bedoel.
Laat ik vooropstellen: het is verschrikkelijk dat iemand al jaren zo bedreigd wordt dat permanente beveiliging nodig is. Dat gun je niemand. Vrijheid inleveren omdat je luid en duidelijk je mening verkondigt – dat hoort niet in een democratie. Nooit. Punt, uit.
Maar die persoonsbeveiliging kost veel geld. Precieze cijfers zijn er niet (dat is logisch), maar de schattingen die rondgaan, liggen tussen de 5 en 10 miljoen euro per jaar. Voor één persoon.
Dat wringt toch een beetje. Want hoe leg je uit dat de beveiliging van een hele gemeenschap – met tienduizenden mensen en talloze gebouwen – minder kost dan die van één individu? Natuurlijk, het is niet één-op-één vergelijkbaar. Hij wordt 24 uur per dag bewaakt, dat is een ander soort bescherming. Maar toch. Moeten wij het dan doen met een soort ‘sjabbatbeveiliging’? Een béétje veiligheid, alleen op vrijdagavond en zaterdagochtend? Het klopt gewoon niet.
Ik ga natuurlijk niet roepen dat ik graag zou zien dat deze politicus het land verlaat. Dat soort redeneringen laat ik graag aan anderen over. Maar stel – puur hypothetisch – dat hij zelf besluit ergens anders te gaan wonen, in Hongarije bijvoorbeeld. Dan kunnen we die 5 à 10 miljoen die vrijkomt misschien aan ‘ons’ budget toevoegen?
Goed, ik sluit af, voordat ik alsnog onze afspraak breek en het teveel over politiek ga hebben. Volgende keer schrijf ik over iets luchtigers. Misschien over jou – dat is altijd een veilig onderwerp.
Je liefhebbende vader,
Michel
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 1 mei 2026.
Abonneren op:
Posts (Atom)