In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.
Lieve Pap,
Mie-sjenichnas adar, marbiem be-simcha – wanneer de maand Adar begint, vermeerderen wij in vreugde. Van mijn chevroeta – die in het dorpje Susya in het zuiden van de Westbank verblijft – begreep ik hoe dat er voor de Palestijnen in dat dorp uitziet. De feestvreugde wordt door de lokale settlers gevierd door nog meer dan normaal Palestijnse dorpen te belagen, huizen en auto’s in de brand te steken en de lokale bevolking aan te vallen.
Maar ook in de Knesset was het raak deze week. De vreugde van Adar werd daar gevierd door een wet aan te nemen die het egalitaire deel van de Kotel nu ook onder het orthodoxe rabbinaat laat vallen. Bovendien wordt eraan toegevoegd dat wie de heiligheid van de plek schendt door wél iets te doen wat volgens het opperrabbinaat niet mag – een vrouw die Tora leest of een groep die een egalitair minjan houdt – kan worden bestraft met zeven jaar gevangenisstraf. Als Iran niet naar Israël toe komt, dan komt Israël wel naar Iran zeg maar.
Maar in Nederland kunnen we er ook wat van. Ik schrijf deze brief een dag na de Februaristakingherdenking. Een herdenking waar dit jaar veel om te doen is geweest. Velen waren niet blij met de keuze voor de spreker – Jerry Afriyie – door het organiserend comité. Aan de ene kant stonden mensen die Afriyie diskwalificeerden vanwege problematische uitspraken sinds 7 oktober. Aan de andere kant stond het organiserend comité dat vond dat hij vanwege zijn jarenlange – en succesvolle – strijd tegen racisme juist een geschikte spreker was.
Vervolgens openden zich de riolen op X, Facebook en WhatsApp. Afriyie zou een jodenhater zijn. Een antisemiet. En de mogelijkheid om te spreken bij de herdenking zou hij natuurlijk gebruiken om die jodenhaat te verspreiden. Wat je ook van Afriyie en zijn eerdere uitspraken mag vinden – en ik vind er ook iets van – de speech bevatte geen greintje antisemitisme. Niet dat het niet doen van antisemitische uitspraken iemand een geschikte spreker maakt voor de Februaristakingherdenking, maar dat is een ander verhaal.
Maar nog veel erger was hoe er vanuit een smaldeel van Joods Nederland gereageerd werd op het organiserend comité, en op diens voorzitter in het bijzonder. Die werd door enkele figuren volledig gedemoniseerd en zwartgemaakt. Publiekelijk aan de schandpaal genageld als een vijand van het Joodse volk. Natuurlijk mag je het oneens zijn met de keuze voor Afriyie. Dat ben ik ook. Maar wie zo denkt met elkaar om te kunnen gaan in Joods Nederland zou zich kapot moeten schamen. Dat is elke maand van het jaar het geval, maar als dit is hoe je de vreugdevolle maand Adar denkt te moeten invullen, dan houd ik mijn hart vast voor wat Nissan brengt.
Gelukkig zijn er ook nog plekken waar die vreugde wel tot zijn recht komt. Het poeriemfeestje van JMW, Jpride en het Joods Museum bijvoorbeeld. En het Poeriemsjpiel van Crescas dat komende zondag in de stad wordt opgevoerd. Een speciaal geschreven toneelstuk over het Poeriemverhaal, vertolkt door twee fantastische acteurs. Vol vrolijkheid en plezier. Dat gebeurt gelukkig ook gewoon hier in Joods Nederland. Zoals het hoort.
Liefs,
Asjer
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 6 maart 2026.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten