In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.
Lieve Asjer,
De lunchafspraak die ik deze week met vriendin L. had, moest ik verzetten. “Ik moet nog een tekst afmaken,” liet ik haar weten. Ze vond het geen probleem, maar was wel nieuwsgierig. “Waar ben je dan zo druk mee bezig,” vroeg ze. “De preek van de leek,” antwoordde ik in een geintje. Ze begreep het, zei ze, maar ik heb wel nog wat uitleg en achtergrond gegeven.
In ’ons oude gebouw’ – ik bedoel de LJG-sjoel van architect Leon Waterman in de Graafschapstraat – nam onze toenmalige rabbijn, David Lilienthal, twee ‘zomer-maatregelen’. De indeling van de sjoelruimte was heel erg ‘reform’: banken in de zogeheten theateropstelling en vooraan een grote bima. Na verloop van tijd – onder Lilienthal schoof de kehila op richting Conservative - groeide het verlangen naar een andere indeling. In de vakantietijd was er ruimte om de lange banken te verschuiven. Er waren dan minder zitplaatsen, maar we konden een traditionelere sjoelindeling creëren, de zomeropstelling. Een andere maatregel bestond uit een paar weken relatieve rust inbouwen voor de rabbijn. Die hoefde zes weken lang geen droosjes te houden, gemeenteleden namen dat over, iedere sjabbat iemand anders. Die traditie hebben we er altijd in gehouden, tot op de dag van vandaag.
Deze sjabbat had ik de eer. Vrijdagavond gaf ik de droosje die, zoals gebruikelijk, aansloot bij de parasja van de week, Dewariem. Het fijne van een droosje geven is dat je het over je stokpaardjes kunt hebben. Dewariem behandelt het eerste deel van de toespraak die Mosjé hield voor het volk, vlak voor ze het Beloofde land binnentrekken. Wat daaraan voorafging, de Jetsiat Mitsrajiem (de Uittocht uit Egypte) en de veertig jaar dat het volk door de woestijn sjokte, heb ik daarbij betrokken. Hoewel de Tora het niet over vluchtelingen heeft, heb ik de vrijheid genomen om die kwalificatie er toch in te vlechten. Immers, zo heb ik betoogd, we hebben het over mensen die: proberen te ontkomen aan een gewelddadige machthebber (Farao), die geen veilig thuis hebben, die halsoverkop vertrekken uit hun woonplaats, die bezit achter moeten laten, die worden achtervolgd door een leger, die veertig jaar rondtrekken en in tenten wonen en die afhankelijk zijn van voedselhulp (manna). Zulke mensen noem ik vluchtelingen.
Daarna is de link met ons leven vandaag-de-dag snel gemaakt. Vluchtelingen, daar wilde ik het namelijk over hebben. Laat me even citeren uit mijn eigen droosje, de woorden waar ik mee afsloot:
“We worden regelmatig geconfronteerd met berichten over de onmacht in ons moderne welvarende Nederland om vluchtelingen fatsoenlijk op te vangen. Ik hoef alleen maar Ter Apel te zeggen en we hebben meteen een beeld van deze vaak inhumane opvang. De Tora schrijft ons geen asielbeleid voor, maar geeft ons wel een moreel kompas. Kijk bijvoorbeeld naar Wajikra, hoofdstuk 19, waarin Kodesj Borchoe tegen ons zegt:
"Wanneer een vreemdeling bij jullie in het land verblijft, mogen jullie hem niet slecht behandelen. Je moet hem liefhebben als jezelf, want jullie zijn vreemdelingen geweest in Egypte.” Als we daar iets vaker aan denken en ernaar handelen, zijn we tacheles bezig met een mooie vorm van tikoen olam.
Dit vond ik wel een mooie afsluiting van mijn droosje. En het is ook een mooie afsluiting van onze correspondentie in het NIW. Dat hebben we vier jaar gedaan, ik schreef jou mijn eerste brief op 26 augustus 2022. Jij gaat nu, als rabbijn, schrijven over de parasja van de week, ik word weer ‘gewoon’ columnist. Vanaf nu zijn we weer ‘onder ons’, als we elkaar iets schrijven, lezen alleen jij en ik dat. De NIW-lezer moet vanaf nu op een andere manier kennisnemen van onze gedachten en gevoelens. Tot gauw.
Je liefhebbende vader,
Michel
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 24 juli 2026.
vrijdag 31 juli 2026
donderdag 16 juli 2026
Brief van Asjer, 10 juli 2026
In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.
Lieve Pap,
Akavja ben Mehalalél leert in Pirké Avot: beschouw drie zaken en je zult niet dwalen. Weet waar je vandaan komt, waar je naartoe gaat, en voor wie je verantwoording zult afleggen. Ik had het over deze uitspraak afgelopen zondag bij mijn installatiedienst in Den Haag. Maar ik moest er ook aan denken bij het lezen van jouw vorige brief.
Het leven van een mens staat nooit op zichzelf. Iedereen komt ergens vandaan, draagt een geschiedenis mee. Niet voor niets is een Joodse naam altijd een combinatie: de eigen naam, aangevuld met de naam van de ouders. Weet waar je vandaan komt, want dat houdt je met beide benen op de grond. Wortels geven houvast. Een boom met zwakke wortels wordt bij de eerste de beste windvlaag omvergeblazen. Een boom met sterke wortels houdt stand en groeit juist dóór die storm heen verder omhoog. Dat geldt voor mensen, maar evengoed voor gemeenschappen: wie niet beseft op wiens schouders hij staat, verliest vroeg of laat zijn houvast.
Maar het is niet goed om te blijven hangen in het verleden. Weet ook waar je naartoe gaat, zegt Akavja. Want wie alleen achteromkijkt, loopt het risico daar te blijven staan. Als de vrouw van Lot, veranderd in een zoutpilaar. Kijk vooruit. Durf na te denken over de richting die je uit wilt. Voor mij is het duidelijk waar we als Joods Nederland naartoe willen: een gemeenschap waarin mensen zich thuis voelen, waarin ruimte is voor afwijkende meningen over religie en politiek, waarin niemand hoeft te kiezen tussen zijn identiteiten. Een gemeenschap die haar geschiedenis en traditie kent, want echte vernieuwing kan alleen groeien uit kennis van de traditie die je vernieuwt. En bovenal een gemeenschap waarin Joods leven positief is, betekenisvol, en zichtbaar.
Weten waar je vandaan komt én waar je naartoe gaat staat per definitie haaks op nostalgie. We moeten niet terugverlangen naar een geïdealiseerd verleden. Wie zijn verbeelding beperkt tot een blik achterom, doet zichzelf tekort. Het verleden krijgen we niet terug. Maar de toekomst, die is maakbaar. Die ligt in onze handen, en wij mogen haar vormgeven zoals wíj dat willen.
Weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat is niet genoeg, zegt Akavja. Weet ook aan wie je verantwoording zult moeten afleggen. Dat is, denk ik, een verantwoording in twee richtingen. Er is een verticale verantwoording: tegenover de Eeuwige, tegenover iets dat groter is dan wijzelf, een maatstaf die niet door onszelf is uitgevonden en die we dus ook niet zelf kunnen bijstellen als het ons beter uitkomt. En misschien ook wel verantwoording aan het verleden, aan de traditie. Maar er is ook een horizontale verantwoording: tegenover de mensen om ons heen, tegenover de wereld waar wij als gemeenschap middenin staan, en niet ernaast.
Jouw ergernis over het artikel van Margalith Kleijwegt gaat volgens mij precies over die twee assen. Wordt er van Joden in Nederland niet te vaak gevraagd om afstand te nemen van de verticale as? Om onze band met Israël op te geven omdat het soms verschrikkelijk is wat daar gebeurt? Een gemeenschap die alleen horizontaal verantwoording aflegt, loopt een risico: ze laat zich zozeer bepalen door wat de wereld om haar heen van haar vindt, dat ze haar eigen wortels loslaat om maar in een goed daglicht te staan. We moeten blijven zoeken naar het evenwicht tussen de twee assen.
Wie afstand neemt geeft het op. Dat lijkt mij de verkeerde keuze. Het is juist de combinatie van de twee assen - van onze eigen identiteit, geschiedenis en traditie maar met oog voor moraliteit en het leed van anderen – die recht doet aan zowel onszelf als aan de situatie. Niet ongebondenheid, maar kritische betrokkenheid moeten het verschil gaan maken.
Liefs,
Asjer
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 10 juli 2026.
Lieve Pap,
Akavja ben Mehalalél leert in Pirké Avot: beschouw drie zaken en je zult niet dwalen. Weet waar je vandaan komt, waar je naartoe gaat, en voor wie je verantwoording zult afleggen. Ik had het over deze uitspraak afgelopen zondag bij mijn installatiedienst in Den Haag. Maar ik moest er ook aan denken bij het lezen van jouw vorige brief.
Het leven van een mens staat nooit op zichzelf. Iedereen komt ergens vandaan, draagt een geschiedenis mee. Niet voor niets is een Joodse naam altijd een combinatie: de eigen naam, aangevuld met de naam van de ouders. Weet waar je vandaan komt, want dat houdt je met beide benen op de grond. Wortels geven houvast. Een boom met zwakke wortels wordt bij de eerste de beste windvlaag omvergeblazen. Een boom met sterke wortels houdt stand en groeit juist dóór die storm heen verder omhoog. Dat geldt voor mensen, maar evengoed voor gemeenschappen: wie niet beseft op wiens schouders hij staat, verliest vroeg of laat zijn houvast.
Maar het is niet goed om te blijven hangen in het verleden. Weet ook waar je naartoe gaat, zegt Akavja. Want wie alleen achteromkijkt, loopt het risico daar te blijven staan. Als de vrouw van Lot, veranderd in een zoutpilaar. Kijk vooruit. Durf na te denken over de richting die je uit wilt. Voor mij is het duidelijk waar we als Joods Nederland naartoe willen: een gemeenschap waarin mensen zich thuis voelen, waarin ruimte is voor afwijkende meningen over religie en politiek, waarin niemand hoeft te kiezen tussen zijn identiteiten. Een gemeenschap die haar geschiedenis en traditie kent, want echte vernieuwing kan alleen groeien uit kennis van de traditie die je vernieuwt. En bovenal een gemeenschap waarin Joods leven positief is, betekenisvol, en zichtbaar.
Weten waar je vandaan komt én waar je naartoe gaat staat per definitie haaks op nostalgie. We moeten niet terugverlangen naar een geïdealiseerd verleden. Wie zijn verbeelding beperkt tot een blik achterom, doet zichzelf tekort. Het verleden krijgen we niet terug. Maar de toekomst, die is maakbaar. Die ligt in onze handen, en wij mogen haar vormgeven zoals wíj dat willen.
Weten waar je vandaan komt en waar je naartoe gaat is niet genoeg, zegt Akavja. Weet ook aan wie je verantwoording zult moeten afleggen. Dat is, denk ik, een verantwoording in twee richtingen. Er is een verticale verantwoording: tegenover de Eeuwige, tegenover iets dat groter is dan wijzelf, een maatstaf die niet door onszelf is uitgevonden en die we dus ook niet zelf kunnen bijstellen als het ons beter uitkomt. En misschien ook wel verantwoording aan het verleden, aan de traditie. Maar er is ook een horizontale verantwoording: tegenover de mensen om ons heen, tegenover de wereld waar wij als gemeenschap middenin staan, en niet ernaast.
Jouw ergernis over het artikel van Margalith Kleijwegt gaat volgens mij precies over die twee assen. Wordt er van Joden in Nederland niet te vaak gevraagd om afstand te nemen van de verticale as? Om onze band met Israël op te geven omdat het soms verschrikkelijk is wat daar gebeurt? Een gemeenschap die alleen horizontaal verantwoording aflegt, loopt een risico: ze laat zich zozeer bepalen door wat de wereld om haar heen van haar vindt, dat ze haar eigen wortels loslaat om maar in een goed daglicht te staan. We moeten blijven zoeken naar het evenwicht tussen de twee assen.
Wie afstand neemt geeft het op. Dat lijkt mij de verkeerde keuze. Het is juist de combinatie van de twee assen - van onze eigen identiteit, geschiedenis en traditie maar met oog voor moraliteit en het leed van anderen – die recht doet aan zowel onszelf als aan de situatie. Niet ongebondenheid, maar kritische betrokkenheid moeten het verschil gaan maken.
Liefs,
Asjer
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 10 juli 2026.
vrijdag 3 juli 2026
Brief aan Asjer, 26 juni 2026
In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.
Lieve Asjer,
Je weet dat autorijden, zeker als het om lange afstanden gaat, niet mijn grote hobby is. Op de terugreis uit Zuid-Frankrijk maken we daarom een paar dagen een tussenstop. Vrijwel altijd is Troyes onze pleisterplaats. Op zes uur rijden van Amstelveen is het min of meer halverwege. En Troyes ligt in het zuidelijke deel van de regio Champagne, met vlakbij het gehucht Montgueux waar wij een alleraardigste dame kennen die uitstekende champagnes produceert. Eén bezoek ligt dus vast! Troyes is verder een leuk stadje dat bovendien de geboorte- en woonplaats was van de bekendste verklaarder van de Talmoed: Rabbi Sjlomo Jitschaki, oftewel Rasji. Er is een monument en er is het indrukwekkende Maison Rachi, museum, studiecentrum en nog veel meer ineen. Genoeg te doen voor een kort verblijf.
Terug in Amstelveen begint het gewone leven weer. “Is er voor jou als pensionado dan veel verschil tussen ‘vakantieleven’ en ‘gewoon leven’” hoor ik je al denken. Ja, toch wel. Op vakantie in Frankrijk ben ik minder bezig met alledaagse beslommeringen. Dan blijft er meer tijd over om van alles en nog wat te lezen. En natuurlijk lees ik wel eens iets over Joden of over Israël. Ik neem je even mee …
In De Groene Amsterdammer las ik een artikel van Margalith Kleijwegt. Ik ben een fan van haar, maar onze meningen lopen wel eens uiteen. De kop boven haar artikel was Joods en ongebonden. ‘Ongebonden’ lees ik altijd als niet gebonden aan een Joods kerkgenootschap, maar dat wordt hier niet bedoeld, het gaat hier om ‘niet gebonden aan Israël’. Kleijwegt interviewt o.a. in Nederland wonende Israëli’s en Nederlanders met een Israëlische ouder. Haar eigen mening komt ook naar voren. De indruk die ze geeft, is dat ze het tijd vindt voor een emancipatie van Nederlandse Joden. Emancipatie in die zin, dat we maar eens los moeten komen van onze binding met Israël. Daar gebeurt, in haar optiek, zoveel dat niet door de beugel kan, met zo’n land wil je niet vereenzelvigd worden. Ik hoef niet uit te leggen – zeker aan jou niet - wat ik vind van allerlei zaken die in Israël spelen, wat ik vind van de huidige leiders, et cetera. Er gebeurt helaas veel dat ik, met een dubbele ontkenning, bijna onmogelijk niet kan veroordelen. Dat is pijnlijk, heel pijnlijk, juist omdat ik me met Israël verbonden voel. Maar dat betekent niet dat ik me verantwoordelijk voel voor wat daar gebeurt, dat is iets anders. Israël is en blijft míj́n Israël, een land, een volk, een cultuur waar ik me altijd mee verbonden zal blijven voelen.
Iets heel anders: in mijn leesdrift kwam ik ook langs een blog van Joanne Nihom dat zij bijhoudt voor het JNF. Wat Joanne schreef maakte me zo blij dat ik het graag met je wil delen. Ze was even op bezoek in Nederland (ze woont in Israël) en ze schrijft over de contacten die ze had tijdens haar bezoek. “Wat me dit keer opviel … was dat mensen opvallend openstonden om over Israël te praten. Op verschillende onverwachte plekken … raakte ik in gesprek met mensen die ik niet kende. Mensen van allerlei verschillende achtergronden, ook moslims. Vaak kwam in het gesprek ter sprake waar ik woonde. Ik verwachtte dan een ongemakkelijke reactie. Die kwam echter niet. Geen enkele keer. Integendeel. De reacties waren hartelijk, positief en vooral nieuwsgierig.”
Wèg met alle doemdenkers, het komt goed.
Je liefhebbende vader,
Michel
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 26 juni 2026.
Lieve Asjer,
Je weet dat autorijden, zeker als het om lange afstanden gaat, niet mijn grote hobby is. Op de terugreis uit Zuid-Frankrijk maken we daarom een paar dagen een tussenstop. Vrijwel altijd is Troyes onze pleisterplaats. Op zes uur rijden van Amstelveen is het min of meer halverwege. En Troyes ligt in het zuidelijke deel van de regio Champagne, met vlakbij het gehucht Montgueux waar wij een alleraardigste dame kennen die uitstekende champagnes produceert. Eén bezoek ligt dus vast! Troyes is verder een leuk stadje dat bovendien de geboorte- en woonplaats was van de bekendste verklaarder van de Talmoed: Rabbi Sjlomo Jitschaki, oftewel Rasji. Er is een monument en er is het indrukwekkende Maison Rachi, museum, studiecentrum en nog veel meer ineen. Genoeg te doen voor een kort verblijf.
Terug in Amstelveen begint het gewone leven weer. “Is er voor jou als pensionado dan veel verschil tussen ‘vakantieleven’ en ‘gewoon leven’” hoor ik je al denken. Ja, toch wel. Op vakantie in Frankrijk ben ik minder bezig met alledaagse beslommeringen. Dan blijft er meer tijd over om van alles en nog wat te lezen. En natuurlijk lees ik wel eens iets over Joden of over Israël. Ik neem je even mee …
In De Groene Amsterdammer las ik een artikel van Margalith Kleijwegt. Ik ben een fan van haar, maar onze meningen lopen wel eens uiteen. De kop boven haar artikel was Joods en ongebonden. ‘Ongebonden’ lees ik altijd als niet gebonden aan een Joods kerkgenootschap, maar dat wordt hier niet bedoeld, het gaat hier om ‘niet gebonden aan Israël’. Kleijwegt interviewt o.a. in Nederland wonende Israëli’s en Nederlanders met een Israëlische ouder. Haar eigen mening komt ook naar voren. De indruk die ze geeft, is dat ze het tijd vindt voor een emancipatie van Nederlandse Joden. Emancipatie in die zin, dat we maar eens los moeten komen van onze binding met Israël. Daar gebeurt, in haar optiek, zoveel dat niet door de beugel kan, met zo’n land wil je niet vereenzelvigd worden. Ik hoef niet uit te leggen – zeker aan jou niet - wat ik vind van allerlei zaken die in Israël spelen, wat ik vind van de huidige leiders, et cetera. Er gebeurt helaas veel dat ik, met een dubbele ontkenning, bijna onmogelijk niet kan veroordelen. Dat is pijnlijk, heel pijnlijk, juist omdat ik me met Israël verbonden voel. Maar dat betekent niet dat ik me verantwoordelijk voel voor wat daar gebeurt, dat is iets anders. Israël is en blijft míj́n Israël, een land, een volk, een cultuur waar ik me altijd mee verbonden zal blijven voelen.
Iets heel anders: in mijn leesdrift kwam ik ook langs een blog van Joanne Nihom dat zij bijhoudt voor het JNF. Wat Joanne schreef maakte me zo blij dat ik het graag met je wil delen. Ze was even op bezoek in Nederland (ze woont in Israël) en ze schrijft over de contacten die ze had tijdens haar bezoek. “Wat me dit keer opviel … was dat mensen opvallend openstonden om over Israël te praten. Op verschillende onverwachte plekken … raakte ik in gesprek met mensen die ik niet kende. Mensen van allerlei verschillende achtergronden, ook moslims. Vaak kwam in het gesprek ter sprake waar ik woonde. Ik verwachtte dan een ongemakkelijke reactie. Die kwam echter niet. Geen enkele keer. Integendeel. De reacties waren hartelijk, positief en vooral nieuwsgierig.”
Wèg met alle doemdenkers, het komt goed.
Je liefhebbende vader,
Michel
Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 26 juni 2026.
Abonneren op:
Posts (Atom)