vrijdag 6 november 2026

De waarde van de wet

“Doe nou eens een beetje rustig, wind je niet zo ongelooflijk op.” De liefde-van-mijn-leven zette alle zeilen bij in een poging mij enigszins te kalmeren. Ik zat voor de televisie te stuiteren van woede. Hoewel mijn bloeddruk inmiddels weer gezakt is, móet ik het er toch even met u over hebben. In de wetenschap dat een groot deel van mijn lezers me hierom zal verketteren. Dat moet dan maar. Waar wond ik mij zo over op?

Toen Dilan Yeşilgöz in januari 2022 werd benoemd tot minister van justitie en veiligheid werden er behoorlijk wat wenkbrauwen opgetrokken. Kon dat wel? Yeşilgöz is geen jurist, was zij dan geschikt om de grote baas te worden op juist dit ministerie? Toen er in juli 2024 een einde kwam aan dit ministerschap, waren vriend en vijand het erover eens: Yeşilgöz had de klus goed geklaard. Het taboe van een niet-jurist op justitie was daarmee blijkbaar als sneeuw voor de zon verdwenen want haar opvolger, de huidige minister David van Weel, is ook geen jurist. Daar heb ik nooit iemand over gehoord. Maar bij hem blijkt dat toch wel ‘een dingetje’ te zijn. Afgelopen week werd duidelijk dat Van Weel de wet niet kent! Hij heeft college gekregen van de burgemeester van Amsterdam en hoewel hij zich nogal stoer gedroeg voor de camera’s, droop hij met de staart tussen de benen af richting Den Haag.

In de Tweede Kamer ging vooral BBB-leider Caroline van der Plas stevig tekeer. Van der Plas, u weet wel, die mevrouw die het zó goed met ons Joden voor heeft, dat zij altijd op de eerste rij mag zitten om zich te laten bewieroken omdat zij ‘zoveel voor ons doet’ (ik zou niet weten wat, maar okay). Deze mevrouw Van der Plas bestond het om het aftreden van Femke Halsema te eisen. Haar letterlijke tekst was: “En dan over de burgemeester van Amsterdam. Minister, u bent de minister. U moet regie hierover pakken. U bent verantwoordelijk voor de veiligheid van alle mensen in Nederland, inclusief onze Joodse mensen. De minister geeft aan: ik ga spreken met Halsema. Wij willen daar een terugkoppeling over. Maar ik wil ook dat er onderzocht wordt of burgemeester Halsema vervangen kan worden als hoofd van de veiligheidsregio.” En even later zei ze letterlijk: “Nou, wat mij betreft moet Halsema opstappen, minister.”

Van Weel had niet de ballen en, zo weten we nu, ook niet de kennis om Van der Plas tot de orde te roepen. Hij zegde veel te gretig toe dat hij met Halsema zou gaan praten. Praten, dat in mijn oren – en niet alleen in de mijne – klonk als ‘ik zal haar eens even gaan vertellen hoe zij dit soort zaken in het vervolg moet aanpakken.’

Die terugkoppeling, daar ben ik zo benieuwd naar. Gaat Van Weel het geleerde lesje over het Nederlandse rechtssysteem aan Van der Plas uitleggen? Nutteloos natuurlijk, dat weet ik ook wel. Uiteindelijk zal ze toch op het van haar bekende toontje haar gelijk opeisen. Al strookt dat ‘gelijk’ niet met onze wetten. Wie maalt daar nu om? Van der Plas niet.

Wie de rechtsstaat alleen verdedigt wanneer de uitkomst hem of haar bevalt, verdedigt uiteindelijk niet de rechtsstaat, maar vooral zijn of haar eigen gelijk.

Van der Plas mag trouwens bij me langskomen, dan help ik haar om een fatsoenlijke excuusbrief aan Halsema op te stellen.


Deze column verscheen eerder in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 30 oktober 2026.