Sinds een maand of twee ligt op mijn bureau een klein, zilverkleurig zakje. Vierkant, 10 x 10 cm. Ik heb het strategisch neergelegd, vlak boven mijn toetsenbord. Ik kan er niet omheen.
Dat wil ik ook niet. Want iedere keer dat ik het zie, geeft het me een klein beetje hoop. Hoop op vrede.
Het nieuws uit Israël helpt daar momenteel niet erg bij. Kunsjt, zult u zeggen. Hopelijk zorgen de verkiezingen van 27 oktober voor een politieke omwenteling. Áls die verkiezingen er komen, tenminste. Ik ben daar niet helemaal gerust op. Als Netanyahu in de peilingen echt slecht komt te staan, zou hij zomaar een konijn uit de hoge hoed kunnen toveren. Een oorlog, een crisis, een andere noodsituatie – iets waardoor verkiezingen ineens niet meer zo goed uitkomen.
Maar stel dat ze er komen. En stel dat de Israëlische kiezer Netanyahu inderdaad naar huis stuurt. Zijn we dan dichter bij vrede? Ik vrees van niet. Een nieuwe regering kan misschien een andere richting inslaan, maar vrede als resultaat van regeringsbesluiten lijkt verder weg dan ooit. Daarvoor moeten er aan beide kanten mensen zijn die elkaar weer willen leren kennen, samenwerken en uiteindelijk vertrouwen.
Mijn hoop op vrede komt daarom niet zozeer uit de politiek. Die komt uit de Israëlische en Palestijnse samenleving zelf. Van mensen die, ondanks alles, doorgaan met samenwerken.
Eén van die initiatieven ken ik van dichtbij. Als bestuurslid van de Nederlandse Vrienden van de Hebreeuwse Universiteit ben ik er zijdelings bij betrokken. Het project heet BreedME – Breed Middle East. Het doel: een nieuwe graansoort ontwikkelen die bestand is tegen hitte en met heel weinig water toe kan. Een graansoort die kan helpen de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden.
Op zichzelf al een mooi project, maar het bijzondere zit in iets anders. Israëlische wetenschappers van de Hebrew University werken in dit project samen met Palestijnse wetenschappers van de Al Quds Universiteit. Israëlische en Palestijnse studenten en onderzoekers hebben contact en vinden elkaar. Kennisuitwisseling dus, maar tegelijkertijd wordt gewerkt aan verzoening. Om die reden heeft de Nederlandse overheid dit project willen financieren.
Ondanks problemen in de afgelopen jaren ten gevolge van de aanhoudende oorlog, is dit project tot een goed einde gebracht. Studenten konden niet vaak bij elkaar komen, trainingen moesten online worden gegeven, allemaal niet optimaal voor kennisuitwisseling. Maar dankzij het doorzettingsvermogen aan zowel Israëlische als Palestijnse kant is dit project gezamenlijk tot een goed einde gebracht.
Twee maanden geleden waren de Israëlische en Palestijnse deelnemers samen in Nederland. De twee hoogleraren die het project begeleiden – een Israëli en een Palestijn – waren apetrots op hun studenten. En terecht. Aan het eind van hun bezoek gaf de Israëlische professor mij dat kleine, zilverkleurige zakje. De inhoud: zaadjes van de nieuwe graansoort. Op het zakje staat in Latijnse letters, in Hebreeuws en Arabisch, één woord: Ufuk/Ufuq - horizon. En daarnaast: Seeds of Peace.
Dit zakje blijft tot maart/april op mijn bureau liggen. Zodra de temperatuur niet meer onder de vier à vijf graden zakt, gaan de zaadjes de grond in. Ik verwacht eerlijk gezegd niet dat ik er ooit een brood van kan bakken. Maar als er plantjes uit groeien, is dat voor mij al genoeg. Dan heb ik weer iets om naar te kijken en me eraan te herinneren dat vrede mogelijk is, dat vrede mogelijk móét zijn. Want misschien begint vrede wel op zo’n manier. Niet met een verkiezingsuitslag, niet met een handtekening onder een verdrag. Maar met mensen die hetzelfde doel voor ogen houden, die elkaar niet meer als vijanden willen zien en die samen een zaadje in de grond stoppen.
Deze column verscheen eerder in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 11 september 2026.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten