vrijdag 14 februari 2025

Brief van Asjer, 7 februari 2025

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.


Lieve Pap,

Nadat je vertelde over je bezoek aan Kimberley en Terry in Buckhurst Hill vond ik dat ik ze ook maar eens moest gaan opzoeken. Tijdens de paar dagen dat ik daar was bezochten we een klassieke reform-sjoel – zonder chazzan maar met een koor – en de rabbijn daar kwam mij wel erg bekend voor. Ik bleek hem te hebben ontmoet op een conferentie van de World Union for Progressive Judaism.

Dezelfde ervaring had ik toen ik daarna doorreisde naar Birmingham voor Limmud Festival. Een meerdaags evenement met workshops en lezingen over alle soorten Joodse onderwerpen die je maar kan bedenken. Ook daar kwam ik weer allerlei mensen tegen: natuurlijk enkele mensen uit Nederland maar ook uit Amerika, Israël en Engeland. Het blijft bijzonder dat je naar een ander land kan reizen en daar dan toch weer mensen tegenkomt die je ergens van kent. De Joodse wereld voelt soms aan als een klein dorp.

Limmud was fantastisch. Het ene moment volgde ik een sessie van iemand die een Joods bordspel maakt en zich daar gaandeweg met allerlei ethische dilemma’s geconfronteerd zag. Hij vond het toch wat problematisch wanneer je zijn spel – waarbij je in de huid kruipt van een Joodse handelaar in het vestigingsgebied van het 19e-eeuwse Rusland – zou kunnen winnen door zoveel mogelijk geld te verzamelen, iets dat in andere bordspellen heel gebruikelijk is. En wat te doen met de verschrikkelijke pogroms die zich eind 19e eeuw in Rusland voordeden? Kan je die gewoon opnemen als een action card in het spel, of is het toch wat ongevoelig om zulke wrede historische gebeurtenissen terug te brengen tot een simpel spelelement?

Maar wat misschien nog wel het leukste is van Limmud, is dat er zoveel verschillende soorten Joden op afkomen. Van orthodox tot seculier, liberaal, reform, conservative en noem maar op. Door de dag heen worden er diensten georganiseerd door al die verschillende groepen en je kan kiezen wat je wilt. Maar bij de sessies, tijdens het eten, in de wandelgangen en ’s avonds aan de bar loopt alles en iedereen door elkaar. De sprekers krijgen er geen titels, alleen een voor- en achternaam. Zo voorkom je dat iemand die rabbijn is bij de ene club maar niet als zodanig erkend wordt door de andere club, uit principe niet met die rabbijnentitel wordt aangesproken. Van zo’n regel kan je vinden wat je wilt, het maakt het in ieder geval mogelijk dat er een gigantisch Joods evenement is waar bijna 2.000 Joden van allerlei achtergronden samen leren en samen optrekken.

Het deed mij een beetje denken aan mijn tijd in New York. Ook daar was ik in het bijzonder gecharmeerd van de Joodse instituties die zich post-denominational noemen, die zich niets aantrekken van de indeling in verschillende Joodse groepen. Samen met een aantal andere Nederlandse deelnemers vroeg ik mij hardop af wat er in Nederland voor nodig zou zijn om dat te bewerkstelligen. Volgens mij zijn we in Nederland ook toe aan meer plekken die voor alle Joden toegankelijk zijn. Waar we zonder bonje samen Joods kunnen zijn. En dan niet alleen voor een potje voetbal, maar ook om te lernen of te davvenen. Je merkt het, je laatste brief heeft mij nog niet van het dromen afgebracht. Maar ergens denk ik dat deze droom realistischer is dan die op het eerste gezicht lijkt.

Liefs,

Asjer


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 7 februari 2025.

vrijdag 27 december 2024

Brief aan Asjer, 20 december 2024

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die elkaar – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – brieven schreven, voeren mijn zoon Asjer en ik een correspondentie in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik de brieven door in dit blog.


Lieve Asjer,

Je zus vroeg me om je een knuffel te geven. Dat doe ik bij deze, de echte fysieke komt nog wel. Het was fijn om Kimberley en Terry weer te zien. We spreken elkaar vaak via Facetime, maar dat is toch niet hetzelfde als een paar dagen samen optrekken.

We hadden bovendien hun nieuwe huis in Buckhurst Hill nog niet gezien. Ze wonen leuk, niet meer in Londen zelf, maar net erbuiten, in het graafschap Essex. Buckhurst Hill is, met ruim 11.000 inwoners, vrij klein. Qua grootte te vergelijken met een stadje als Doesburg. Het centrum van Buckhurst Hill bestaat uit één, niet te lange winkelstraat. Joods leven had ik daar eigenlijk niet verwacht. Maar ja: van de 300.000 Joden in Engeland woont ongeveer de helft buiten Londen ... Toch was ik verrast toen Kimberley, bij het boodschappen doen in de Waitrose, de lokale supermarkt, vroeg “wil je Bamba?” Ze wees op een groot schap met kosjere en Israëlische producten.

Ken je die grap over leven op Mars? Op een enigszins vage foto blijkt het eerste gebouw op deze niet bewoonbare planeet een Chabad House te zijn. Daar moest ik aan denken toen ik zondagochtend in m’n eentje een stuk ging wandelen en een groot bord ‘Chanuka shop now open’ zag. Daarnaast, je raadt het al, het Chabad House in Buckhurst Hill. Nou, je moet binnenkort de oversteek maar eens maken en zelf gaan kijken.

Ik wil het nog even met je hebben over het Joodse leven hier in Nederland. In deze voor ons, Joden, niet altijd even makkelijke tijd, wil ik bewust focussen op lichtpuntjes. Daar schreef ik je vorige keer al over. Dat lukte me laatst heel goed toen ik in Het Parool een interview las met rabbijn Hans Groenewoudt. Ik ken hem niet of nauwelijks. Ik weet natuurlijk dat hij de rabbijn van de Bankraskerk-sjoel is. En ik heb hem wel eens ontmoet bij een bar mitswa. Eerlijk gezegd stond hij niet op mijn netvlies als iemand die tegen de stroom durft in te roeien. Daar zat ik flink mis.

Om te beginnen geeft Groenewoudt een eenvoudige en duidelijke definitie van antisemitisme: “Discriminatie betekent dat je iemand anders behandelt dan een ander, in dezelfde situatie … Zodra je Joden, of christenen, of homo’s in gelijke situaties anders behandelt dan anderen, is dat discriminatie – en bij Joden noemen we dat antisemitisme.” Hier kan ik wat mee.

Even verderop wordt het echt interessant. De interviewer vraagt: “Wat hoort u over antisemitisme op straat?” Groenewoudt’s antwoord: “Als je kijkt naar wat er echt gebeurt, dan valt het allemaal wel mee. Ik hoor van mensen uit mijn gemeenschap: ‘Mij gebeurt niets op straat, maar ik hoorde van de vriendin van een buurvrouw dat …’ Zo gaat dat heel vaak.” Hij vervolgt zijn antwoord met: “Mijn tandarts zit op de Haarlemmerstraat, daar ga ik gewoon heen met keppel en al. En er gebeurt niets.”

Vervolgens wil de interviewer weten of Groenewoudt dat ook tegen de mensen in zijn gemeenschap zegt. “Ja,” is het antwoord, “maar die boodschap willen ze nu nog niet horen. Dat willen ze ooit wel horen, daar geloof ik in. Met angst werkt het zo: als het er eenmaal is, krijg je het heel moeilijk weg. Neem de beveiliging van Joodse gebouwen en scholen. Overal waar ik kom, word ik bewaakt. Ik vind dat helemaal niet nodig. Maar het zal nooit meer veranderen, want niemand gaat verantwoordelijkheid nemen als het eens fout gaat.”

Lees het hele interview maar eens, Asjer, het is vast nog wel online te vinden. Ik werd hier zo maar helemaal blij van.

Jij zou willen dat in Joods Nederland wat meer serieus gedroomd zou worden, schreef je vorige keer. Dat begrijp ik heel goed. Maar we hebben ook realisten nodig om ons een stap verder te brengen. Realisten zoals rabbijn Groenewoudt.

Je liefhebbende vader,

Michel


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 20 december 2024.

donderdag 12 december 2024

Brief van Asjer, 6 december 2024

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – een correspondentie met elkaar voerden, zijn mijn zoon Asjer en ik een briefwisseling gestart. Onze brieven zijn te lezen in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik ze door in dit blog.


Lieve Pap,

Columns, interviews, analyses, nieuwsberichten: ik probeer het ook allemaal bij te houden. En dat valt nog niet mee. Er verschijnt zoveel in de weken sinds 7 november dat het me soms te veel wordt. Want het merendeel is inderdaad bagger te noemen. Marcel Möring in de Groene Amsterdammer van vorige week vormt daar een mooie uitzondering op. Heb je die al gelezen?

Aan aandacht voor de Joodse gemeenschap is momenteel geen tekort. In de Tweede Kamer viel men over elkaar heen om het voor Joden op te nemen. Motie na motie werd ingediend en aangenomen en de al eerder verwachte strategienota antisemitisme kreeg ineens een compleet andere lading en werd nog even goed onder de loep genomen. Tenminste, het is maar wat je goed noemt. Er is al veel kritiek te horen geweest op plannen als het inperken van het demonstratierecht en het intrekken van het Nederlanderschap. Er staat een hoop zinnigs in de strategie, maar dit soort maatregelen doen meer kwaad dan goed. En ik voel mij er op z’n zachtst gezegd onprettig bij dat repressieve maatregelen die bepaalde partijen al jarenlang willen instellen nu doorgevoerd kunnen worden over de rug van de Joodse gemeenschap.

Bovendien, wij weten allemaal dat antisemitisme niet gaat verdwijnen. Al schrijf je nog zo’n goede strategie. Inperken en beteugelen? Absoluut. Maar antisemitisch gedachtegoed volledig in de kiem smoren lijkt mij een utopie. De Joodse gemeenschap zou zich wat mij betreft dan ook beter wat minder op repressie moeten richten – dat doen anderen al genoeg – en meer op het versterken van het Joodse leven. Ervoor zorgen dat mensen een veilig Joodse omgeving hebben waar ze gewoon Joods kunnen zijn, en Joods kunnen doen.

En toen ik zag dat de strategie bestrijding antisemitisme ook een ambitie ‘Kennismaken en vieren van Joods leven in Nederland’ bevat, meende ik even dat het kabinet dat met mij eens is. Maar paradoxaal genoeg vind je onder de ambitie ‘vieren van Joods leven’ eigenlijk niets dat met levende Joden te maken heeft. Het kabinet vindt het belangrijk dat historische synagogen waar geen Joden meer komen meer geld krijgen voor onderhoud of dat bedrijven waar geen Joden werken meer rekening houden met mensen die koosjer willen eten. Wat dat met Joods leven te maken heeft, is mij een raadsel.

Maar misschien moeten we de schuld voor een gebrek aan visie op Joods leven niet bij de politiek leggen. Want hoe kunnen we van politici verwachten dat ze daar een goed beeld bij hebben wanneer ons eigen Joodse leiderschap alleen lijkt te reageren op weer het volgende incident, onderweg is om het volgende brandje te blussen? Om de volgende vermeende antisemiet de mond te snoeren of beleidsmakers het belang van holocausteducatie in te prenten. Ik mis Joods leiderschap met visie.

Afgelopen week waren we samen op de studiedag van Pardes ter herinnering aan Leo Mock, dat in het teken stond van magie in het jodendom. Het onderwerp dromen passeerde de revue. Volgens mij vond jij het enigszins bespottelijk dat een aantal van de aanwezigen vonden dat dromen grote betekenis kunnen hebben, misschien zelfs wel profetisch zouden kunnen zijn. Voor jou is dat niet rationeel genoeg en daar kan ik mij iets bij voorstellen. Maar eerlijk gezegd zou ik willen dat er in Joods Nederland wat meer serieus gedroomd zou worden. De realiteit laat namelijk flink wat te wensen over en we hebben dringend behoefte aan een blik op een andere toekomst.

Liefs,

Asjer


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 6 december 2024.

vrijdag 29 november 2024

Brief aan Asjer, 22 november 2024

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – een correspondentie met elkaar voerden, zijn mijn zoon Asjer en ik een briefwisseling gestart. Onze brieven zijn te lezen in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik ze door in dit blog.


Lieve Asjer,

Iets meer dan een jaar geleden schreef ik jou ook een brief. “Hou het een beetje luchtig,” adviseerde je moeder. Het was kort na 7 oktober. Nu ik zojuist achter m’n Mac kroop, ging haar advies opnieuw door mijn hoofd. Ook nu wil ik het eigenlijk niet hebben over die alsmaar voortdurende oorlog, niet over Ajax – Maccabi Tel Aviv (hoewel het een erg leuke wedstrijd was) en alles dat daarna gebeurde. Maar hoe kan ik het er NIET over hebben?

Ik volg al dagen alle nieuwsrubrieken en praatprogramma’s op tv en radio. Alles dat erover geschreven wordt, probeer ik te lezen. En daar word ik niet bepaald vrolijker van. Het is een drang, ik ontkom er niet aan. Het liefst zou ik aan alles willen ontsnappen, heel even ergens anders willen zijn. Maar ik voel me een beetje als dat Joodse mannetje in die oude witz die last heeft van risjes. Hij zou graag in een ander land wonen, een land zonder antisemitisme. Kodesjborchoe hoort zijn gebed en schuift hem een wereldbol toe. “Kies maar,” zegt de Allerhoogste. Na een tijdje die globe rondgedraaid te hebben, vraagt het mannetje met benepen stem: “Hebt u ook een andere wereldbol?”

Wat mij vooral bezighoudt, is hoe de wereld om ons heen reageert. Maar vooral ook – je zult zeggen “daar heb je hem weer” – hoe wij als Joodse gemeenschap daarop reageren. Die reacties deprimeren mij eigenlijk het meest. Niet allemaal natuurlijk.

Er zijn lichtpuntjes. Als ik Jaïr Stranders hoor, of Chantal Suissa, dan krijg ik een klein beetje hoop. Ik vind echt steun in hun woorden. Er wordt vaak lacherig gedaan over ‘verbinding’ en het is ook niet de oplossing op de korte termijn, dat weet ik. Maar als we categorisch weigeren om een hand uit te steken, dan is er uiteindelijk geen hoop, vrees ik.

Een ander lichtpuntje was de ‘niet-lullen-maar-poetsen-actie’ van David Beesemer die in no time, samen met een groep vrijwilligers, een safe shelter inrichtte in Amstelveen. Ik heb er een groot deel van de dag doorgebracht en een beetje kunnen helpen met ritjes naar de binnenstad van Amsterdam om Israëlische slachtoffers van de straatterreur van 7 november op te halen en in Amstelveen of op Schiphol af te leveren. Er waren veel mensen komen helpen, de Joodse gemeenschap liet zich van zijn beste kant zien. Hier waren de veelal angstige Israëli’s veilig en werd van alles en nog wat voor ze geregeld. Daar kreeg ik een warm gevoel van.

Ik werd ook blij van de vele berichten van niet-Joodse vrienden. In een artikel dat ik in het ‘Een-jaar-na-7-oktober-magazine’ van Dutchtown schreef, heb ik me beklaagd over het uitblijven van steunbetuigingen in de periode na 7 oktober. Een enkeling liet me destijds iets weten, van de meesten hoorde ik niets. Misschien hebben ze allemaal dat artikel gelezen, veel vrienden zochten nu contact. Heel fijn.

Maar over het algemeen ben ik dezer dagen somber. Ik kan er niet tegen hoe sommigen de angst die op dit moment heerst, groter maken, bewust of onbewust. Hoe politieke partijen de uitbraak van antisemitisme misbruiken voor hun eigen agenda, alles schuiven op mislukte integratie en denken jodenhaat te kunnen bestrijden met moslimhaat. Hoe Femke Halsema de grond wordt ingeboord terwijl ze het – in mijn ogen – zo goed doet en het beste met de Joodse gemeenschap voorheeft.

Het meest heb ik me geërgerd aan een column van Max Moszkowicz op Jonet. Die column was nauwelijks leesbaar vanwege de grote hoeveelheid taal- en spelfouten en het schreeuwerige gebruik van hoofdletters, maar dat terzijde. De inhoud van die column geeft te denken. Zo schrijft Moszkowicz: “… trof ik doodvermoeide Israëli’s aan die in groepen onder politie-escorte naar het vliegveld werden gereden, waar er een evacuatie vliegtuig van het Israëlische klaarstond …” Moszkowicz heeft blijkbaar iets gemist: de Israëlische regering besloot uiteindelijk die evacuatievliegtuigen niet te sturen. Zijn haat jegens Halsema is ook ongekend. Je mag haar best allerlei fouten in de schoenen schuiven. Ik ben het daar niet mee eens, maar dat moet kunnen. Maar schrijven dat Halsema er bewust op uit is om een onhoudbare situatie voor Joden te creëren, dat zij wíl dat Joden worden uitgescholden en belaagd, dat ze anti-Israël en anti-Joods is … Sorry, voor mij twee bruggen te ver.

Ik vlucht de komende dagen maar op een andere manier. IDFA is begonnen, ik sluit mijzelf op in de bioscoop. Lekker documentaires kijken.

Je liefhebbende vader,

Michel


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 22 november 2024.

zaterdag 16 november 2024

Brief van Asjer, 8 november 2024

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – een correspondentie met elkaar voerden, zijn mijn zoon Asjer en ik een briefwisseling gestart. Onze brieven zijn te lezen in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik ze door in dit blog.


Lieve Pap,

Het zal je niet verbazen dat ik het roerend met je eens ben wat betreft het gebrek aan menselijkheid dat sinds 7 oktober gemeengoed lijkt te zijn geworden. Je hebt je hoop gevestigd op mijn generatie, schrijf je. Ik wil je niet meer deprimeren dan nodig is, maar laat ik je toch even een klein inkijkje geven in hoe het er in mijn generatie aan toe gaat.

Sinds ik terug ben uit New York heb ik een abonnement genomen op de sportschool bij mij in de straat. Niet omdat ik de sportschool nou zo leuk vind, maar omdat mij is verteld dat bewegen gezond is. Je begrijpt dat ik er met enige tegenzin naartoe ga. Om te voorkomen dat mijn abonnement een donatie zou worden, heb ik ervoor gekozen om de dichtstbijzijnde sportschool te kiezen, dan is de kans dat ik ga het grootst.

De sportschool is gewoon een locatie van een keten die door de hele stad zit. Maar nu wil het toeval dat je voor de locatie bij mij om de hoek net een paar tientjes meer betaalt dan voor een willekeurige andere locatie. Waarom? Volgens de website omdat het een ‘community-driven members-only club’ is. Je krijgt hier de ‘royal treatment’. Het is een exclusieve sportschool, want daar houdt mijn generatie van. Exclusiviteit.

Het resultaat? Drie keer per week bevind ik me in de meest dystopische plek van Amsterdam. Waar mensen naar zichzelf in de spiegel staan te kijken terwijl ze hun spieren aanspannen. Of met statiefjes rondlopen waarop hun telefoon staat om zichzelf te filmen terwijl ze oefeningen doen. Dat gaat vervolgens dan op Insta, om de rest van de wereld te laten zien hoe fit en sterk je bent.

Goed, dat is dus mijn sportschool. Maar als je écht hip en exclusief bent, dan ga je niet naar mijn sportschool. Dan ga je naar Saints en Stars. Daar is een work-out een ‘ervaring’, wordt om de één of andere reden overal willekeurig het woord ‘holy’ voor gezet en krijg je een koud doekje voor je gezicht na de les. Naar wat ik heb begrepen gaat het er vooral om gezien te worden. Een soort vijfsterren sportschool voor de crème de la crème van de havermelkelite.

Maar alsof dat nog niet genoeg is kan je nu nog een level hoger scoren. Op Instagram zag ik van de week voorbijkomen dat Saints en Stars een exclusieve avond organiseert waarbij je een sportklasje kan volgen in de Uilenburgersjoel. Want de reguliere Saints en Stars sportschool is natuurlijk alweer wat gewoontjes geworden. En waar ervaar je een gevoel van exclusiviteit tijdens je work-out? In een sjoel natuurlijk.

Het bericht deed even mijn wenkbrauwen fronsen geef ik eerlijk toe. Iets aan het bericht stoort mij. Het is natuurlijk enigszins apart, sporten in een sjoel. Maar zo bijzonder is het ook weer niet dat er religieuze gebouwen worden gebruikt om allerlei verschillende dingen in te organiseren. Paradiso is ook een voormalige kerk en in Leiden zit ook een sportschool in een voormalige kerk. Als dit is wat de Uilenburgersjoel nodig heeft om genoeg financiën binnen te krijgen om de boel draaiende te houden, dan moet dat op zich best kunnen denk ik.

Mijn ergernis zit ‘m erin dat er blijkbaar een sjoel voor nodig is om de exclusieve sportschool nog wat exclusiever te maken. Waarom is de Uilenburgersjoel nou zo’n bijzondere locatie? Omdat er ooit Joden in rondliepen? Joden en jodendom is blijkbaar iets exotisch voor de gemiddelde yup. Kom binnen voor een work-out in de natuurlijke habitat van een uitgestorven diersoort. Het zit me niet helemaal lekker. Het zou toch mooier zijn als we die sjoel kunnen vullen met levende Joden dan met hippe twintigers en dertigers die op zoek zijn naar een exclusieve ervaring. Maar goed, daarvoor moet de sjoel wel door Joden gehuurd worden. Dus hierbij een oproep: huur die ruimte voor je volgende chanoekaviering, sjabbesdiner of Joodse studentenborrel. Want een sjoel hoort niet exclusief te zijn, maar gewoon doodnormaal Joods.

Liefs,

Asjer


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 8 november 2024.

vrijdag 1 november 2024

Brief aan Asjer, 25 oktober 2024

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – een correspondentie met elkaar voerden, zijn mijn zoon Asjer en ik een briefwisseling gestart. Onze brieven zijn te lezen in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik ze door in dit blog.


Lieve Asjer,

John, goede vriend in Zweden, stuurde me de dag voor Jom Kipoer een geinig gifje: ‘Ik wil mijn excuses aanbieden aan iedereen die ik nog niet heb beledigd. Even geduld, ik kom zo bij je’.

Terwijl ik deze brief begin te schrijven, een paar dagen na Jom Kipoer, moet ik weer aan dat gifje denken. Natuurlijk is het niet mijn intentie om wie dan ook opzettelijk te beledigen, maar er moet me iets van het hart. Iets dat mij niet vrolijk stemt en dat ik graag tegen jou wil aanhouden.

We hebben net de Hoge Feestdagen achter de rug, een periode van inkeer. Naar jezelf kijken dus. Je eigen gedrag langs de meetlat leggen en erkennen dat je fouten hebt gemaakt ten opzichte van anderen. Die fouten durven benoemen en vooral … jezelf voornemen diezelfde fouten niet meer te maken, proberen een iéts beter mens te worden. Ik vind dat zelf ook moeilijk, maar het is belangrijk.

Ik vraag me af hoeveel Joden dit daadwerkelijk doen. Ik vrees dat voor de meesten de beleving van deze dagen niet dieper gaat dan appeltjes-met-honing op Rosj Hasjana, een kwartiertje sjoel tijdens Neila en daarna een gezellige aanbijt. Jij vindt vast dat ik dit niet moet schrijven, dat ik niemand de maat moet nemen, dat iedere Jood zijn of haar jodendom op zijn/haar eigen manier beleeft en daar recht op heeft. Daar heb je gelijk in. Laat ik het daarom uit de sfeer van religie of sjoelbezoek halen.

Al meer dan een jaar hebben wij het dagelijks - bijna ‘uurlijks’ - over 7 oktober. Ik hoef niemand, zeker jou niet, uit te leggen waar mijn loyaliteit ligt. Ik heb verdriet over de verschrikkelijke ramp die Israël is overkomen, over het lijden van zoveel Israëli’s. Ik leef met ze mee.

Hoezeer mijn loyaliteit ook bij Israël ligt, ook het lijden van zoveel mensen ‘aan de andere kant’ gaat mij aan het hart. Of dat nu in Gaza of Libanon is, of waar dan ook. Iedere oorlog veroorzaakt diepe wonden. Ik ken, denk ik, alle argumenten over het onontkoombare van deze oorlog wel. Met een deel van die argumenten ben ik het eens, maar het blijft een feit dat ook bij de vijanden van Israël onschuldige burgers de grootste gruwelen moeten meemaken. Daarbij stilstaan vind ik niet alleen iets menselijks, het is ook typisch Joods. Hebben wij immers niet de opdracht gekregen om ons niet te verheugen over het leed van onze vijand? Leren we in het Pesachverhaal niet dat God ook treurt om de verdrinkingsdood van de Egyptenaren in de Schelfzee?

Als ik het hier over heb, is iedereen dit met me eens. “Natúúrlijk heb ik ook medelijden met die arme Palestijnen.” Hoe vaak heb ik dit het afgelopen jaar niet gehoord? Maar is dat echt gemeend? Ik twijfel bij velen sterk aan de oprechtheid van dit medeleven. Ik geef je een voorbeeld.

Kort voor Soekot is de actie Giro555 gestart. Ik was hier al een tijdje van op de hoogte omdat de liefde van mijn leven, ja, jouw moeder, een belangrijke rol heeft gespeeld in het tot stand komen van deze actie. Een actie voor alle getroffenen in deze klote-oorlog, ongeacht in welk land zij leven. Een humanitaire actie.

Nu komt mijn chagrijn. De commentaren van onze mede-Joden op deze actie, op social media en in Whatsappgroepen, is … ik zoek naar woorden, ronduit walgelijk. Ik had niet anders verwacht, maar dat maakt het alleen maar erger. Eigenlijk willen veel Joden niet dat slachtoffers in Gaza of Libanon geholpen worden. Daar komt het op neer. Kunnen we die Pavlov-reactie nou nooit eens uitzetten? Kunnen we nooit compassie hebben met gewone burgers die gevangen zitten in een oorlog? Kunnen we alles dat gebeurt op politiek en militair gebied niet even vergeten en doodgewoon medeleven tonen?

Ik roep niemand op om aan Giro555 te geven, dat moet iedereen zelf weten. Maar er zo cynisch en zonder je hart te laten spreken, tegen tekeer gaan, zouden we dat eens achterwege kunnen laten? Ik reken op jou en je generatiegenoten, want ik wil optimistisch blijven.

Ik sluit af met een mooie, die ik van Facebook heb gepikt: ‘Het is beter om goed te doen tussen Jom Kipoer en Rosj Hasjana dan alleen tussen Rosj Hasjana en Jom Kipoer.’

Je liefhebbende vader,

Michel


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 25 oktober 2024.

zondag 6 oktober 2024

Brief van Asjer, 27 september 2024

In navolging van vader Max en dochter Natascha van Weezel, die – eerst op de Jonetwebsite en later in dagblad Trouw – een correspondentie met elkaar voerden, zijn mijn zoon Asjer en ik een briefwisseling gestart. Onze brieven zijn te lezen in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad). Na een week plaats ik ze door in dit blog.


Lieve Pap,

Wie had gedacht dat je brief zo’n gigantisch effect zou hebben? Hij was nog niet gepubliceerd of Omtzigt besloot al om even wat afstand van de politiek te nemen. Hij komt vast snel weer terug, zeker, maar heeft zo even de tijd zich op jouw brief te beraden.

Alle gekheid op een stokje, het was een bizar verhaal daar bij de H.J. Schoo-lezing. Wanneer mensen op zo’n negatieve manier over migranten spreken, dan gaan bij mij direct de alarmbellen rinkelen. Nederlanders in New York City halen er doorgaans veel eer uit de New Yorkers ervan te verwittigen dat New York eens Nieuw Amsterdam was, dat Harlem eigenlijk Haarlem is en Brooklyn Breukelen. Het minder bekende Yonkers komt overigens van Jonkheer Adriaen van der Donck, zo leerde ik enkele maanden geleden. De trots over onze eigen gelukzoekers staat in schril contrast met de aversie wanneer het om het geluk van anderen gaat.

En dat terwijl je ook zou kunnen stellen dat migratie in ons belang is, zeker voor de Joodse gemeenschap in Nederland. In het nieuwe onderzoek naar de demografische gegevens van Joden in Nederland dat JMW samen met Jewish Policy Research London begin december zal presenteren, komt het belang van die migratie sterk naar voren. De natuurlijke ontwikkeling van de Joodse gemeenschap laat een krimp zien, maar juist doordat er migratie is, doordat er Joden uit het buitenland zijn die besluiten in Nederland te gaan wonen, blijft het aantal Joden in Nederland al decennialang stabiel. Zonder die migratie was de Joodse gemeenschap in Nederland nu ongeveer 20 procent kleiner geweest dan dat die nu is. Laat het de Joden die dwepen met politici die oproepen tot het sluiten van alle grenzen niet horen.

Genoeg over die lezing. Wanneer ik deze brief schrijf, zitten we in de aanloop naar de Hoge Feestdagen. Sinds een paar jaar leid ik dan hier en daar een dienst tijdens die feestdagen, waardoor ik die periode ineens op een heel andere manier beleef. Doordat ik een groot deel van de diensten niet samen met jullie in sjoel kan zitten en niet meer bij de lunches, afbijt of aanbijt kan aansluiten. Bovendien is het ineens een heel erg drukke periode geworden, waarin je diensten plant en droosjes schrijft. Ik ben niet het type dat snel in paniek raakt van meer werk, maar ik kan niet ontkennen dat daar wel enige stress bij komt kijken.

Vooral het schrijven van die droosjes is iets waar ik dit jaar enigszins tegenop zie. De feestdagen vallen precies in de periode rond 7 oktober. Een jaar na de verschrikkelijke aanslag van Hamas. Wat vertel je een groep Joden in sjoel tijdens deze hoge feestdagen? Het is een vraag waar ik al maanden mee worstel. Er is zoveel gebeurd dat ik soms niet weet waar te beginnen. En er zijn zoveel verschillende meningen en visies op wat er nu gebeurt, ook binnen onze eigen gemeenschap, dat bijna elke hoek die ik wil nemen controversieel lijkt.

Maar twee dingen zijn duidelijk: in de eerste plaats moet er deze Hoge Feestdagen ruimte zijn voor het verdriet van iedereen. Wat je mening over 7 oktober en de oorlog die daarop volgde ook is. Een poging om in een periode van heftige polarisatie de boel een beetje bij elkaar te houden. Want sjoel is een plek voor iedereen, wat je politieke kleur ook is. En ten tweede moet er een jaar na 7 oktober ook ruimte zijn voor hoop. Want als we kijken naar de Joodse geschiedenis dan weten we één ding zeker: ook dit gaat voorbij. Er is een wereld na 7 oktober, na de oorlog tegen Hamas. Al mag de komst van die wereld wel een beetje meer haast maken.

Liefs,

Asjer


Deze brief verscheen eerder als column in het NIW (Nieuw Israëlietisch Weekblad) van 27 september 2024.